Aller au contenu

lid

Alöndö na Wiktionary

Pandôo

[Sepe]

lid \sêndagô ?\ linô wâwa

  1. (Sêndâ-saterê) wabûngbi (terê)
    • hij heeft een ziekte onder de leden
    • geen lid kunnen verroeren
  2. këngë
  3. bazângele, wabosö
    • lid worden van een partij
    • lid zijn van een vakbond
    • onze coöperatie telt meer dan 500 leden